![]() |
Gedragstherapie - deel 1
INTENSIEVE GEDRAGS THERAPIEAutisme is een ernstige verstoring van normale ontwikkelingsprocessen en openbaart zich in de eerste drie jaren. Het manifesteert zich in tekorten op het gebied van taal, het cognitieve, sociale en zich aanpassend functioneren. Onvoldoende ontwikkeling van deze essentiële vaardigheden zijn de oorzaak van een steeds verder achterop raken van deze kinderen in vergelijking met leeftijdsgenoten naarmate ze ouder worden. De oorzaak is onbekend, hoewel onderzoeksresultaten in de richting van fysiologische en neurologische abnormaliteiten wijzen.
Kinderen met autisme leren over het algemeen niet op een wijze die overeen komt met de normale manier waarop kinderen leren. Deels is dit het gevolg van het ontberen van fundamentele vaardigheden die het vergaren en verwerken van basale informatie mogelijk maken. Ze lijken vaak simpele verbale en niet verbale communicatie niet te begrijpen, zijn vaak aangedaan door sensorische over- of onderstimulatie, en vertonen verschillende gradaties van zich terugtrekken van mensen of de wereld om hen heen. Vaak zijn ze gepreoccupeerd door een beperkt aantal activiteiten en/of objecten, wat hen er van weerhoudt situaties te benutten om vaardigheden te ontwikkelen en te leren van de informatie die voorhanden is. Deze moeilijkheden resulteren in significante vertragingen in de ontwikkeling van taal, spel en sociale vaardigheden, alsmede in een gebrekkig opmerken en middels imitatie leren van leeftijdsgenoten. Ondanks deze verstoring van normale leer processen hebben gedragswetenschappers enkele principes en methodes van leertheorie weten te gebruiken in het ontwikkelen van effectieve leer- en behandelingsmethodes voor kinderen met autisme. Vier decennia lang onderzoek, uitgevoerd door Dr. Ivar Lovaas en zijn medewerkers aan de UCLA, naast dat van andere gedragswetenschappers, hebben empirisch aangetoond dat intensieve gedragsbehandeling voor kinderen met autisme effectief is. Met name vroegtijdige interventie kan in belangrijke mate de vaardigheden van deze kinderen, nodig om te leren en adaptief te functioneren, verbeteren. In zijn follow-up studie van 1987 kon Lovaas rapporteren dat 17 van de 19 kinderen die intensieve gedragsbehandeling hadden gekregen een duidelijke verbetering hadden laten zien in hun sociale en communicatieve vaardigheden, zelfredzaamheid, spel en functionele taal. 9 van de 19 kinderen waren zelfs in staat om succesvol het reguliere onderwijs te volgen en waren niet langer te onderscheiden van leeftijdsgenoten op gebieden als IQ, adaptieve vaardigheden en emotioneel functioneren. Een follow-up studie uit 1993 van McEachin , Smith en Lovaas toonde aan dat deze kinderen zes jaar later de gunstige behandelingsresultaten hadden behouden en dat 8 van deze kinderen zich verder wisten te ontwikkelen in reguliere klassen, zonder ondersteuning. De kinderen in deze studie waren 3 jaar en jonger op het moment dat met de behandeling werd gestart. Gemiddeld kregen ze zo'n 40 uur individuele begeleiding per week (sommigen meer dan 40 uur, anderen minder), aangeboden door studenten aan de UCLA die hun graad nog moesten behalen, onder supervisie van doctoraal studenten en psychologen. De behandeling duurde gemiddeld twee jaar of langer. HISTORISCHE GRONDLEGGERSApplied Behavior Analyis (ABA)- toegepaste gedrag analyse - met autistische kinderen is de laatste jaren opnieuw erg in de belangstelling geraakt. Deze hernieuwde interesse kan grotendeels worden verklaard uit de publicatie van het boek Let Me hear Your Voice van Catharine Maurice, waarin ze vertelt over de behandeling van haar twee autistische kinderen. Zoals vele professionals en ouders had Ms. Maurice in het begin slechts een vaag idee over wat gedragsinterventie inhield. Ze meende dat het een extreem negatieve en inflexibele methodiek was. Sterker nog, ze ging ervan uit dat gedragsinterventie slechts in beperkte mate effectief kon zijn en dat het bij kinderen vooral een mechanistisch respons zou oproepen. Haar ervaring bleek echter een heel andere. Ze kwam erachter dat gedragsinterventie op een heel positieve manier kan worden ingezet, met een hoge mate van flexibiliteit. Maar het belangrijkste was dat de interventie zeer effectief bleek. Het verhaal van Ms.Maurice gaf hoop aan ouders die, met name door professionals, ertoe worden gebracht te geloven dat autistische kinderen altijd ernstig getekend blijven door hun diagnose. Met hoop en met een duidelijke richting begonnen ouders wereldwijd intensieve gedragsprogramma's op te zetten. Tevens eisten ouders dat ook scholen en instituten ABA met hun kinderen zouden gebruiken. Hoewel de enorme populariteit van ABA van vrij recente datum is, is ABA zelf geen nieuwe methode. Critici van de gedragsinterventie betogen vaak dat het een 'experimentele' methode betreft met slechts een beperkte bewijsvoering omtrent effectiviteit. Lovaas (1987) en McEachin, Smith en Lovaas (1993) worden nogal eens geciteerd als zijnde de enige onderzoeken die zouden aantonen dat gedragsinterventie effectief is bij autistische kinderen. Maar feitelijk is ABA gebaseerd op meer dan 50 jaar wetenschappelijk onderzoek met individuen die getroffen zijn door een breed spectrum aan gedrags- en ontwikkelingsstoornissen . Sinds begin van de jaren '60 heeft uitgebreid onderzoek de effectiviteit van gedragsinterventie bij autistische kinderen aangetoond. Het onderzoek gaf aan dat ABA effectief was in het verminderen van schadelijk gedrag dat vaak bij autistische kinderen wordt aangetroffen, waaronder zelfverwonding, woedeaanvallen, onaangepastheid en zelfstimulatie. |
![]() |





