![]() |
Gedragstherapie - deel 2
Intensieve gedragstherapie 2ABA bleek ook succesvol in het aanleren van bij autisten in het algemeen als onvolkomen veronderstelde vaardigheden, waaronder complexe communicatie, sociale, spel- en zelfredzaamheid vaardigheden. Reeds in 1973 publiceerden Lovaas en zijn collega's een uitgebreide studie die aantoonde dat ABA effectief was in het behandelen van meervoudige gedragsproblemen bij verschillende kinderen. FILOSOFIE EN AANPASSING VAN HET BEHANDELINGS MODELOok al is duidelijk dat het optimale moment waarop met interventie wordt gestart de voorschoolse leeftijd is, hebben ook veel oudere kinderen enorme profijt gehad van intensieve gedragsbehandeling. Samenwerkingsprojecten tussen ouders, scholen en andere hulpverlenende instanties maakten het mogelijk effectieve begeleiding te bieden aan een variëteit aan kinderen met verschillende behoeften. Zo zijn er bijvoorbeeld verschillende gezinnen die in gebieden wonen waar gekwalificeerde professionals met expertise in deze behandeling niet voorhanden zijn. Het is echter mogelijk om individuen te selecteren, te trainen en onder supervisie soortgelijke, effectieve diensten te laten verrichten, mits ze de vereiste persoonlijke kwaliteiten en motivatie hebben natuurlijk.
We benadrukken een positieve en systematische aanpak als het gaat om het aanleren van functionele vaardigheden en het doen afnemen van gedragsproblemen. We benadrukken tevens het belang van creativiteit en flexibiliteit, en het gebruik maken van de mogelijkheden die ieder individueel kind tot zijn/haar beschikking heeft. Ook al hebben we geconstateerd dat bepaalde leer technieken blijvend effectief zijn, herkennen we dat elk persoon die met een kind werkt zijn/haar eigen stijl heeft en daarmee een unieke bijdrage levert aan het educatieve behandelingsproces. In de eerste behandelingsfasen is het evenwel belangrijk dat alle leden van het (begeleidende)team zich consequent houden aan de kleinste details zoals beschreven in het leerplan. Wanneer een kind de vaardigheden beheerst, wordt het belangrijk om variabiliteit te vergroten om op die manier generalisatie te bewerkstelligen naar de verschillende personen en contexten, zoals die voorkomen in de natuurlijke omgeving van het kind. LEEFTIJD, INTENSITEIT EN ANDERE ASPECTEN AAN DE BEHANDELINGHoewel het meeste onderzoek naar intensieve gedragsbehandeling uitsluitend gericht is op zeer jonge kinderen, heeft onze ervaring uitgewezen dat ook oudere kinderen substantieel baat hebben bij een soortgelijk behandelingspakket. Al naar gelang leeftijd en ontwikkelingsniveau kunnen aanpassingen worden gemaakt in het behandelingsplan, rekening houdend met de behoefte aan functionele en bij de leeftijd passende vaardigheden, effectiviteit en geschiktheid van beloningen, ernst van onaangepast en ondermijnend gedrag, en realistische verwachtingen over de uitkomst. Oudere kinderen hebben een aangepaste behandeling nodig die tegemoet komt uit aan hun unieke behoeften. Bijvoorbeeld vaardigheden ontwikkelen om het hoofd te bieden aan frustratie, zelfvertrouwen op te bouwen en complexe sociale situaties aan te kunnen. Vaak zijn ook additionele strategieën noodzakelijk, ontworpen om interpersoonlijke problemen te ondervangen, waaronder depressie, het oplossen van sociale problemen en/of conflicten met vrienden en familie.
Om de intensiteit van het aantal uren van behandeling te kunnen vaststellen, om een goed evenwicht te bereiken tussen perioden van intensief leren en minder intensieve (hoewel nog altijd gestructureerde) momenten, en om tegemoet te kunnen komen aan de behoefte aan vrije tijd, dient het dagelijkse schema van het kind als uitgangspunt. Naast het aantal uren één-op-één behandeling moet ook worden gekeken naar de kwaliteit van het onderricht en de hoeveelheid structuur die het kind wordt geboden buiten de formele therapie uren. Onderzoek heeft uitgewezen dat veel kinderen het meeste baat hebben bij 30 of meer uren directe instructie per week. De lengte van de therapie sessies moeten aangepast worden aan wat het meeste oplevert. Over het algemeen worden sessies van twee à drie uren aanbevolen. Spendeert een kind een gedeelte van de dag op school, dan wordt geadviseerd het aantal uren thuis te verminderen. BEHANDELINGSPROCESTHERAPIE FORMAAT
Het geven van onderwijs is een proces dat voortdurend aan verandering onderhevig is. In het begin zal het aantal uren gewijd aan discrete trial teaching -onderwijs in de vorm van deelopdrachten - geleidelijk toenemen totdat het kind gewend is aan de interventie. In een later stadium zal het aantal uren verminderen terwijl de tijd die nodig is voor andere vormen van instructie toeneemt (bijvoorbeeld onderwijs in een groep en incidenteel onderwijs). Het leerplan zal eveneens veranderen naarmate de therapie vordert. Toch zal de algemene structuur van de therapie dezelfde blijven. Interventie zal bestaan uit een combinatie van programma's gericht op het toenemen van communicatie, spel, socialisatie en zelfredzaam |
![]() |





